Lellens

Lellens heeft ongeveer 100 inwoners. Lellens is ontstaan als een rechthoekige wierde op een oeverwal van de voormalige Fivel. Het dorp is waarschijnlijk vernoemd naar de borg die bij Lellens stond, het Huis te Lellens. De eerste bewoners van die borg waren leden van het geslacht Lelle. Een van de leden van dat geslacht, Eltet to Lellens, was van 1526 tot 1554 burgemeester van de stad Groiningen. De borg kwam later in handen van de familie Gruys. Deze familie had een grote invloed in de omgeving en wist lellens in de 17e eeuw tot een eigen kerspel te maken. Tot dan hoorde het dorp bij Stedum. In de Franse tijd werd Lellens ingedeeld bij de gemeente Ten Boer.

Het dorp heeft geen eigen voorzieningen meer. Het is het enige beschermd dorpsgezicht in de gemeente Ten Boer.

Van het dorp naar de Westerwijtwerdermaar loopt het Lellenstermaar, een oude vaarverbinding.In het dorp herinnert de kleine haven hier nog aan.

Beschrijving uit 1846 (bewerkt):

   LELLENS, dorp in Fivelgo, Provincie Groningen, arrondissement en kanton Appingedam en 3 uur ten zuidwesten daarvan, gemeente Ten Boer en 3/4 uur ten noorden daarvan, 1/4 uur ten noordwesten van het Damsterdiep.
   Het is een klein maar aardig en net dorpje, omgeven door vruchtbare landerijen; terwijl men vanuit de straat, door een bevallige laan, een fraai zicht op het kerkje heeft. Men telt er inclusief het gehucht Heemwerd, ook Heemert genaamd, 33 huizen en 200 inwoners, waarvan de meesten hun bestaan vinden in de landbouw en de veeteelt. Voor dat laatste heeft men hier uitmuntende weilanden.
   Het dorp was voor 1666 een gehucht van Stedum, maar werd daarvan in dat jaar met de Rechtsstoel afgescheiden.
   De inwoners, op 5 na allen Hervormd, waaronder 40 Ledematen, vormen een gemeente, die tot de klasse van Appingedam, ring van Loppersum, behoort. Na de Hervorming werd deze gemeente aanvankelijk samen met Stedum door een predikant bediend, maar in het jaar 1668, toen ze daarvan werd afgescheiden, kreeg ze als eerste afzonderlijke predikant Jacobus Schikhardt, die in 1682 naar Godlinze vertrok. Onder de predikanten van naam, die in Lellens gediend hebben, hoort Jacobus Albertus Uilkes, die er in 1796 kwam en in 1798 naar Eenrum vertrok; hij was vanaf het jaar 1819 hoogleraar in de wis- en natuurkunde aan de hogeschool in Groningen, en overleed in 1825. Het ambt is een collatie van juffrouw Enna Hillegonda Wychgel van Lellens, eigenares van het Huis te Lellens. De kerk die in het jaar 1667 werd gesticht uit liefdadigheid door Jonkheer Hillebrant Gruijs en Vrouwe Geertrui Gruijs, geboren Horenkes, is een klein gebouw waarop in het midden een fraai koepeltorentje prijkt, maar heeft geen orgel.
   De Roomskatholieken, 5 in getal, worden tot de parochie van Bedum gerekend. -- De dorpsschool wordt gemiddeld door 30 leerlingen bezocht. -- Ook staat hier nog een oude borg, het Huis te Lellens genaamd.
   De heerlijkheid, die voordien onder Stedum hoorde, is daarvan afgescheiden en zelfstandig geworden, bij een verdrag van 9 april 1666. Voor wat betreft de afwatering behoort dit dorp nog onder de schepperij van Stedum.
(Aa, vd, 1846)